Wie was deze vrouw? En met welk gezag kon zij demonen laten komen? Vervuld van vreugde zat hij met haar aan tafel en zij braken het brood van schaamte. 'Als je wilt,' zei ze, 'kun je me rein maken.' En hij zei: 'Dat wil ik. Word rein.' Maar het was niet lang daarna dat hij deze schrifttekst in vervulling zag gaan.
En Lilith wees naar zijn geslacht en schoot in de lach. 'Onnozele hals,' sprak zij. ‘Ben je dan niet beschaamd? Dacht je nu echt dat jij je dolk in mijn schaal kon leggen? Wéét je dan niet wier hand jou haar vrucht weigert? Haar waarheid, mijn vriend, is de weg. Verlicht is haar mysterie en de sleutel is 3 of 9+1+1. Een ziener, ja - zij hij profeet of deggial - hij wéét de weg en kent grens noch tijd, boven noch beneden, binnen noch buiten en wet noch verbod. Hij mag me steken zo vaak hij maar wil - of denkt aan te kunnen. Laat hem maar komen; ik lust hem rauw. Maar jij, onwetende mensenzoon, jouw tijd is daar waar je jouw grens en jouw angst ontmoet. En daar wacht jou geen goud. Je zal er het licht zien, of je valt waar je het magische woord of Zijn Naam hoort. Niet mans genoeg om Die uit te spreken, ben jij onwaardig mijn vrucht te plukken. Tel je magere ribben erop na, en weet dat ik je nageslacht zal vreten. De één zal de ander doden om de hand van zijn zuster en hij zal hoorns dragen. En ik zal het zien en ik zal mij verkneukelen.'
Zo sprak Lilith en toen zij was uitgesproken liet zij hem achter met de echo van haar bulderende lach. Geen god die haar terug kon halen. Toen was het weer stil in het woud. Alleen de bladeren aan de bomen sidderden nog met de wind en ergens, niet ver weg, kroop water uit een bron. In schaamte vouwde hij zijn handen voor zijn kruis. Hij durfde niet op te zien, want hij wist dat, boven zijn hoofd, Frigga donkere wolken spon.